Sponsorkosten, sponsort de fiscus uw dartclub ook?

Veel horecaondernemers zijn sponsor van lokale activiteiten en clubs. Die kosten zijn gewoon aftrekbaar. Toch vindt u de inspecteur vaak op uw weg. Waarom? Hoe kunt u moeilijkheden qua aftrek voorkomen, zonder uzelf tekort te doen?

Beproefd reclamemiddel?
Als horecaondernemer bent u vrij om te beslissen hoe u uw naamsbekendheid wilt vergroten. Een beproefd middel is sponsoring. Toch ligt de fiscus met regelmaat dwars. De reden is dat snel gedacht wordt dat u via deze weg een privéhobby wilt financieren. Er zou dan geen zakelijk motief zijn en daarom weigert men u de aftrek. Vaak eindigt een dergelijke discussie bij de rechter.

Aftrekbare kosten, tenzij…
Bij sponsorkosten is dus vaak de vraag of de kosten uit zakelijk oogpunt gemaakt worden of wellicht toch een privé-element bevatten. Voorop staat dat u als ondernemer in beginsel zelf uitmaakt hoe u uw horecazaak wilt runnen. Als u dus van mening bent dat het goed is uw naamsbekendheid door sponsoring te vergroten, zijn de kosten in beginsel gewoon aftrekbaar.

Uitzonderingen?
Op de aftrek van kosten kent de wet slechts een paar met name genoemde uitzonderingen. Standsuitgaven, waarmee u alleen uw aanzien wilt vergroten, zijn uitgesloten van aftrek. Daarnaast zijn bepaalde kosten in aftrek beperkt tot 73,5%, de zogenaamd gemengde kosten, zoals het etentje met relaties. Evenmin aftrekbaar zijn kosten die in vergelijking tot de opbrengst geen redelijk denkend ondernemer zou maken. De aftrek van hele hoge sponsorkosten wordt door de fiscus nogal eens met dit argument geschrapt.

Zakelijk of privé?
In de zaak die speelde voor het Hof Amsterdam, ging het om een advocaat die via de polosport zijn naamsbekendheid wilde vergroten. In 2004 had hij hieraan € 6.200,- uitgegeven, in 2005 zelfs € 55.000,-. De inspecteur had alleen in 2005 een bedrag van € 16.170,- geaccepteerd. De kosten van de aanschaf van paarden, de verzorging ervan en van een poloreis naar Argentinië werden geschrapt. Volgens de inspecteur stond hierbij het ‘privégenot’ op de voorgrond.

Voor het gerechtshof stond centraal welk deel van de kosten als zakelijk of als privé moest worden aangemerkt. Dat er een zakelijk belang was, was duidelijk. De inspecteur had immers zelf een deel van de kosten geaccepteerd. Dat er een privébelang was, was eveneens duidelijk. De advocaat was zelf een fervent liefhebber van de paardensport. Het Hof besloot zelf het zakelijke deel op 40% te bepalen. Dit leverde de advocaat, naast de al geaccepteerde kosten door de inspecteur, nog een extra aftrek van € 2.480,- op.

Wie niet waagt …
Het effect van sponsorkosten is vaak moeilijk te meten, maar dat is fiscaal niet van belang! Het gaat erom dat ú als ondernemer zelf bepaalt hoe u het beste uw naamsbekendheid vergroot en niet de inspecteur. Waak ervoor dat de kosten in verhouding staan tot de opbrengst. Verder heeft de inspecteur ook een argument als u met de sponsoring een privévoordeel behaalt. U steekt bijv. geld in uw eigen hobby/interesse. Ook dan is echter nog steeds het zakelijke deel van de kosten aftrekbaar. Hoe groot dit deel is, is vaak een kwestie van handjeklap, zo blijkt uit deze maar ook uit eerdere uitspraken. Breng sponsorkosten dus altijd ten laste van de winst onder het motto ‘wie niet waagt, wie niet wint’.

Leave a comment